In 1795 werd het Haags Verdrag gesloten. Dit bepaalde o.a. dat in Vlissingen een Frans garnizoen gelegerd mocht worden en dat de havens door beide landen mochten worden gebruikt. De Fransen voelden zich in Vlissingen oppermachtig. Ook al, omdat Napoleon in zijn oorlog met Engeland het plan op had gevat om Engeland binnen te vallen. Voor de vorming van zijn vloot werden de havens van Antwerpen en Vlissingen aangewezen.
Engels bombardement
De Engelsen ondernamen daarop een expeditie in 1809 met voor Vlissingen desastreuze gevolgen: zowel vanaf de Westerschelde als vanaf het noorden van de stad werd Vlissingen bestookt, o.a. met brandraketten. Vlissingen werd zwaar beschadigd. Het stadhuis aan de Grote Markt, twee kerken en 65 huizen gingen in vlammen op. Ruim 250 huizen werden onherstelbaar beschadigd. Het inwonertal was gehalveerd.
De Fransen bouwden de stad in die zin weer op, dat de vestingwerken werden versterkt, een nieuwe bomvrije kazerne tegen de Gevangentoren werd gebouwd en de stad werd omgeven door kroonwerken. Op de huidige plattegrond van Vlissingen is de wijk Het Fort nog als zo’n kroonwerk herkenbaar. In 1814 moesten de Fransen het land verlaten. Ze lieten Vlissingen berooid achter.
Gelukkig vestigden zich na 1814 het Loodswezen en de Marinewerf zich in Vlissingen, hetgeen de werkgelegenheid bevorderde. In 1860 telde Vlissingen ongeveer 10.000 inwoners: problematisch binnen de vesting. Tot overmaat van ramp werd de Marinewerf opgeheven en naar het noorden des lands verplaatst. Ook de vesting werd opgeheven en de garnizoenen moesten verdwijnen. Een nieuwe economische malaise diende zich aan.
Zie verder
1300 tot 1572
1572 tot 1795
1867 tot 1940
1940 tot heden